Jonge doeners

De schrijver beschreven: Giuseppe Minervini

20 februari 2019
Door: MIJNLEUVEN
Hoe het is om een coworking space te delen met een schrijver: een kijkje in het het hoofd van Giuseppe Minervini.

Giuseppe Minervini is geboren in Roeselare en studeerde filosofie en Westerse literatuur in Leuven. In 2017 won hij de Leuvense voorronde van de schrijfwedstrijd Write Now! Nu is hij 25 en werkt hij in de coworking space in het STADHUIS van MIJNLEUVEN. We gingen eens op bezoek om te kijken wat hem drijft en bezighoudt.
Tekst: Lotte Tossyn // Foto's: MIJNLEUVEN

Laten we bij het begin beginnen. Hoe ben je ooit begonnen met schrijven?
Giuseppe: “Ik kom uit een vrij anti-artistiek milieu. Tussen mijn 10de en 18de zat ik in het weekend vaak alleen, omdat mijn ouders in de horeca werkten. Toen ben ik beginnen schrijven, om me ergens mee bezig te houden, maar ook als een soort schreeuw om aandacht: kijk wat ik kan. Dat is nu wat lelijk uitgedrukt, maar ik denk dat dat wel iets is wat elke kunstenaar herkent. Nu nog ben ik voortdurend “bezig met dingen” in mijn hoofd. Als ik bijvoorbeeld kaas zou gaan snijden in een fabriek, zou ik gek worden. Je zou kunnen zeggen dat ik schrijf om niet gek te worden.”

Heb je daarbuiten nog andere passies?
Giuseppe: “Ik speel gitaar, Ik lees en ik heb een zetel in de redactie van literair tijdschrift G. Eigenlijk draait een heel groot deel van mijn leven dus rond schrijven of literatuur. Er is geen scheidingslijn tussen mijn persoonlijk leven en mijn leven als schrijver. Die twee zijn volledig met elkaar verweven.”

Er is geen scheidingslijn tussen mijn persoonlijk leven en mijn leven als schrijver

Vertel ons eens over wat je allemaal al schreef.
Giuseppe: “Het laatste jaar heb ik veel poëzie gepubliceerd, daarvoor waren het vooral kortverhalen. Ik schrijf ook essays. Na mijn studies heb ik besloten een jaar aan het schrijven te wijden. Ik begon toen aan een groot werk, dat toch ongeveer tien jaar zal duren voor het af is. Daarvan is nu de eerste versie klaar. Tot nu toe heb ik teksten gepubliceerd in literaire tijdschriften, maar nog niets waarbij enkel mijn naam op de kaft staat. In januari ben ik begonnen met een idee uit te schrijven waar ik al 5 jaar mee zat. Dat werd een roman, die ik deze week heb afgemaakt, en die mijn debuut zal worden. Het is geen lijvig boek en, hoop ik, een goede glijbaan of deur naar een oeuvre.”

Dreigt er een zwart gat, na het afwerken van je roman?
Giuseppe: “De deadline voor mijn debuutroman nadert, maar ik heb nog even tijd voor ik het manuscript uitstuur. Ik ben van plan om een nieuw pseudoniem op te zetten, Pépon, waarin ik mijn Zuid-Amerikaanse kant naar boven ga halen (lacht). Zo probeer ik fictie op een andere manier te benaderen. Ook wil ik nog een dichtbundel afwerken over psychoanalyse bij de kapper, en ik wil meer muziek spelen. Het is nog een beetje zien hoe het loopt, maar ik wil dit jaar werken aan een tweede versie van Ketchup, het project waar ik na mijn studies aan ben begonnen.”


Het is nuttig om je stoute schoenen aan te trekken en je teksten in te sturen naar literaire tijdschriften

Heeft het geholpen om hier in de coworking space te kunnen werken?
Giuseppe: “Ja, enorm. Als ik thuis zou moeten werken, zag mijn dag eruit als volgt: Ik sta op, wandel naar mijn bureau en blijf daar zitten tot ik weer ga slapen. Je kan je gezondere werkomstandigheden inbeelden. Nu sta ik op, kom buiten en word geprikkeld, al is het maar door de overblijfselen van een studentenavond. Daardoor heb ik meteen het gevoel dat de dag echt begonnen is. Soms ben ik aan het schrijven en word ik deels onbewust beïnvloed door de mensen rondom me. In de roman die ik nu heb geschreven, staat bijvoorbeeld ook beschreven hoe het voelt om in zo’n coworking space te werken. Komt wat we doen wel echt uit onszelf, of is het een soort rol die we spelen omdat we ons er comfortabel in voelen?”

Heb je nog tips voor mensen die zelf schrijver willen worden?
Giuseppe: “Veel lezen is cruciaal. De boeken die je gelezen hebt slecht durven vinden. Natuurlijk moet je dat wel kunnen beargumenteren. Zelfkritisch zijn is ook belangrijk. Zorg dat je ergens houvast hebt, door je in een bepaalde traditie te zetten of een bepaalde stroming. Het helpt wanneer je een meester in je hoofd houdt, een al dan niet dode schrijver, een idool. In het geval van mijn debuutroman was dat Samuel Beckett. Naar zo’n idool schrijf ik dan fictie, als een brief zonder naam en toenaam en zonder vele groeten. Die lezer fungeert ook als grootste criticus.”

Waar kan je met een verhaal, gedicht terecht als het af is? Bij schrijfwedstrijden, of zijn er andere plaatsen?
Giuseppe: “Het is niet gemakkelijk om in de schrijverswereld binnen te dringen. Volgens mij is het nuttiger om je stoute schoenen aan te trekken en teksten in te sturen naar literaire tijdschriften, dan mee te doen aan schrijfwedstrijden. Al wil ik natuurlijk niet doen alsof ik de gebeitelde formules ken. Die zijn er niet.”

20 februari 2019
Door: MIJNLEUVEN

Zoë Westelinck

STADHUIS